Transferpricing
In de vorige Fenedexpress hebben
mevrouw mr. A. de Leeuw en mevrouw mr. J. van Wanrooij, beiden
fiscalisten bij Loyens & Loeff te Amsterdam, de ‘10 fiscale
regels bij export’ voor u op een rijtje gezet. In de komende
edities van de Fenedexpress zullen zij telkens een van deze regels
nader uitwerken. Dit keer:
Regel 1. Vennootschaps- en
inkomstenbelasting: Transfer pricing
De prijzen die binnen een groep
gehanteerd worden – de transfer prices – moeten zakelijk zijn.
Indien de gehanteerde prijzen niet zakelijk zijn, kan de
belastingdienst overgaan tot een correctie van de belastbare winst
van een vennootschap.
De Nederlandse belastingwetgeving
verplicht groepsmaatschappijen om zakelijk met elkaar te handelen.
Dit betekent dat voor goederen die groepsmaatschappijen aan elkaar
leveren of diensten die zij voor elkaar verrichten een prijs moet
worden berekend die ook berekend zou zijn tussen onafhankelijke
derden. Dit geldt in het bijzonder voor transacties tussen een
Nederlandse en een buitenlandse groepsvennootschap en tevens voor
transacties tussen een vennootschap en haar aandeelhouder-natuurlijk
persoon.
Fiscale correcties
Indien de prijzen die gehanteerd worden
tussen de maatschappijen van uw groep desondanks onzakelijk zijn, kan
de belastingdienst deze prijzen voor fiscale doeleinden corrigeren.
Stel dat bijvoorbeeld de Nederlandse holding van uw groep een lening
heeft verstrekt aan een van haar dochtermaatschappijen. De
dochtermaatschappij is een rente verschuldigd van 4%, terwijl tussen
onafhankelijke derden een rente van 7% berekend zou zijn. Het
verschil van 3% wordt fiscaal dan geacht wel betaald te zijn door de
dochtermaatschappij, gevolgd door een informele kapitaalstorting door
de holding in haar dochter. De fiscale consequenties van deze
correctie zijn dat de extra 3% bij de holding belast zijn en bij de
dochtermaatschappij aftrekbaar (althans als deze in Nederland
gevestigd zou zijn).
Als de rente echter te hoog zou zijn,
bijvoorbeeld bij uw Nederlandse dochtermaatschappij die 11% betaalt
aan haar moedermaatschappij in plaats van een zakelijke 7%, wordt het
verschil van 4% fiscaal behandeld als een verkapte dividenduitkering.
Hierover kan in sommige gevallen dividendbelasting verschuldigd zijn.
Daarnaast is bij de dochtermaatschappij slechts het zakelijke
gedeelte van de rente van 7% aftrekbaar. Overeenkomstig wordt bij de
moedermaatschappij slechts 7% als rente-inkomsten belast, althans als
deze in Nederland gevestigd zou zijn; of de als dividend
gekwalificeerde 4% als zodanig belast is hangt er van af of de
deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de deelneming in de
dochtermaatschappij.
Grensoverschrijdende situaties
Dergelijke correcties kunnen zowel
plaatsvinden in geheel Nederlandse situaties als bij transacties met
een buitenlandse groepsmaatschappij. Een bijkomend probleem bij
grensoverschrijdende situaties is dat de buitenlandse belastingdienst
de correcties door de Nederlandse belastingdienst niet altijd volgt,
met name indien dit tot een vermindering van de buitenlandse winst
zou leiden. Dit kan overigens ook in de omgekeerde situatie het geval
zijn. Hierdoor is er een kans dat de correctie leidt tot dubbele
belastingheffing.
Documentatie
De Nederlandse belastingwetgeving
verplicht vennootschappen ook om documentatie in hun administratie op
te nemen waaruit blijkt hoe de tussen groepsmaatschappijen
gehanteerde prijzen tot stand zijn gekomen en of deze prijzen
zakelijk zijn. Indien niet aan deze verplichting voldaan is, leidt
dit niet automatisch tot een correctie, maar kan dit wel leiden tot
omkering van de bewijslast. Omkering van de bewijslast houdt in dat
door uw vennootschap aannemelijk dient te worden gemaakt dat de
gehanteerde prijzen zakelijk zijn, in plaats van dat de
belastingdienst aannemelijk moet maken dat deze niet zakelijk zijn.
Aangezien het vaak moeilijk is om een dergelijk bewijs te leveren,
kan het ontbreken van de vereiste documentatie er toe leiden dat uw
vennootschap meer belasting moet betalen, zelfs indien de prijzen
niet onzakelijk zijn.
Fenedexpress
Hieronder vindt u het laatste artikel uit Fenedexpress over 'Transferpricing'
Transfer
Pricing
Inleiding
In de
Nederlandse belastingwetgeving is bepaald dat prijzen die een
groepsmaatschappij berekent aan een andere groepsmaatschappij voor
het verrichten van diensten of het leveren van goederen - de
zogeheten verrekenprijzen (transfer prices) - zakelijk moeten zijn.
Dit
betekent dat voor deze goederen of diensten een prijs moet worden
berekend die ook berekend zou zijn tussen onafhankelijke derde
partijen.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling (OESO) heeft rapporten opgesteld waarin is vastgelegd op
welke wijze een zakelijke verrekenprijs het best kan worden bepaald.
Aan deze rapporten kunnen geen rechten worden ontleend, maar deze
dienen wel als een leidraad in discussies met de belastingdienst.
Fiscale
correcties
Indien
de prijzen die gehanteerd worden tussen groepsmaatschappijen naar het
oordeel van de belastingdienst onzakelijk zijn, kan de
belastingdienst deze prijzen corrigeren.
Een
voorbeeld om deze correcties te verduidelijken:
Stel,
een Nederlandse BV produceert zonnebrillen en verkoopt deze op
Bermuda, waar de moedervennootschap van de Nederlandse BV gevestigd
is. Op Bermuda wordt geen belasting geheven over de winst die op
Bermuda wordt behaald, terwijl in Nederland de winst belast is tegen
een tarief van 25,5 procent.
De
kosten van de Nederlandse vennootschap bedragen 100 euro en de kosten
van de vennootschap op Bermuda 50 euro. De zonnebrillen worden
verkocht voor 500 euro. In totaal wordt wereldwijd dus een winst
gemaakt van 350 euro.
Nu is
de vraag wat moet worden gezien als een zakelijk prijs voor de
zonnebrillen die de Nederlandse dochtervennootschap levert aan haar
moedervennootschap op Bermuda. Als deze zakelijke verrekenprijs is
bepaald, kan worden uitgerekend hoeveel winst aan de Nederlandse
vennootschap en hoeveel aan de Bermuda vennootschap toegerekend moet
worden. De zakelijke verrekenprijs kan worden gevonden door te
onderzoeken welke prijzen bij vergelijkbare transacties gehanteerd
worden.
Na onderzoek blijkt dat een concurrent zonnebrillen
verkoopt aan een niet gelieerde onderneming op Bermuda voor een prijs
van 400 euro. Uitgaande van deze zakelijke prijs, maakt de
Nederlandse BV, na aftrek van kosten, een winst van 300 euro en de
vennootschap op Bermuda een winst van 50 euro.
Het
concern besluit echter van de zakelijke prijs af te wijken en stelt
de verrekenprijs op 200 euro. Zo blijft in Nederland maar 100 euro
winst over en wordt de winst op Bermuda verhoogd tot 250 euro.
Hierdoor is in Nederland minder vennootschapsbelasting verschuldigd,
terwijl de extra winst op Bermuda onbelast blijft.
De
belastingdienst zal deze transactie als volgt behandelen:
De
winst die onder zakelijke omstandigheden zou zijn behaald in
Nederland, 300 euro, wordt belast in Nederland. Door de
belastingdienst wordt 200 euro (verschil tussen de zakelijke 300 euro
winst en de feitelijke 100 euro winst) fiscaal gezien als een
verkapte dividenduitkering. De Bermuda moedervennootschap wordt
immers bevoordeeld omdat zij meer winst toegerekend krijgt dan
zakelijk overeengekomen zou zijn. Over deze dividenduitkering is
Nederlandse dividendbelasting verschuldigd van 15%.
Het
fiscale voordeel waar de onderneming op doelde, is op deze wijze
gecorrigeerd.
Grensoverschrijdende situaties
Transfer
pricing speelt voornamelijk een rol bij transacties tussen
Nederlandse en buitenlandse groepsvennootschappen, maar het kan ook
voorkomen in volledig Nederlandse transacties.
Een
bijkomend probleem bij grensoverschrijdende situaties is dat de
buitenlandse belastingdienst de correcties door de Nederlandse
belastingdienst niet altijd volgt, met name als dit tot een
vermindering van de buitenlandse winst zou leiden. Dit kan overigens
ook in de omgekeerde situatie het geval zijn. Hierdoor is er een kans
dat de correctie leidt tot dubbele belastingheffing. In een dergelijk
geval kan een onderlinge overleg procedure gestart worden.
Documentatie
De
Nederlandse belastingwetgeving verplicht vennootschappen ook om
documentatie in hun administratie op te nemen waaruit blijkt hoe de
tussen groepsmaatschappijen gehanteerde prijzen tot stand zijn
gekomen en of deze prijzen zakelijk zijn.
Als hier niet aan
voldaan is, volgt niet automatisch een correctie, maar het kan wel
leiden tot omkering van de bewijslast. Dit betekent dat de
onderneming die aangifte doet, aannemelijk moet maken dat de
gehanteerde prijzen zakelijk zijn, terwijl in de ‘normale'
situatie die bewijslast bij de belastingdienst ligt. Het is vaak
lastig om dit bewijs te leveren.
Hierdoor
kan het ontbreken van documentatie er toe leiden dat een onderneming
meer belasting moet betalen, ook zijn de prijzen niet
onzakelijk.
Praktijk
Het
is vaak moeilijk aan te tonen waarom een bepaalde verrekenprijs de
juiste is, met name omdat aan elke manier van waardebepaling wel een
nadeel kleeft. Het is daarom belangrijk om goed te documenteren
waarom voor een bepaalde verrekenprijs gekozen is, om zo in ieder
geval aan de documentatieverplichting te voldoen.
Josine
van Wanrooij en Frederik Mulder
Fiscaal
Adviseurs Loyens & Loeff N.V.
www.loyensloeff.com
_____
Heeft u direct of indirect te maken met interne prijsstelling binnen uw onderneming?
Op 3 juni 2009 van 13:30-17:30 uur organiseert Fenedex voor u een workshop over Transfer Pricing in Den Bosch Rosmalen.
Deze praktische training is gericht op het MKB. U krijgt inzicht in de diverse aspecten van transfer pricing met name gericht op de fiscale vereisten en (plannings)mogelijkheden. U krijgt de gelegenheid uw eigen vragen over dit onderwerp te stellen aan ons team van deskundigen.
Meer informatie en inschrijven: www.exporttrainingen.nl/transfer
of bel met de afdeling Opleiding & Training op telefoonnummer
070 -330 56 60.