Jarenlang voerde Brazilië een protectionistisch beleid. Alle grote industrieën waren staatsbedrijven en de markt was zeer gesloten. Toen het land in de jaren '80 failliet was, werd het door het IMF min of meer gedwongen een neoliberale koers te gaan volgen. Langzamerhand ging het beter met de economie en nu is Brazilië de grootste economie van Latijns-Amerika en vervult ze een achtste plaats in de wereld. De twee meest opkomende regio's, São Paulo en Rio Grande do Sul, vertegenwoordigen samen 45 procent van het BNP. Het BNP is vooral opgebouwd uit mijnbouw en industrie. De bijdrage van de industriële sector is meer dan 39% van het BNP. De landbouw en de dienstensector dragen hieraan respectievelijk 10% en 50% bij. Brazilië is rijk aan grondstoffen en mineralen en heeft op drie landen na de grootste houtreserves van de wereld. Brazilië heeft 178 miljoen inwoners waarvan 60% niet deelneemt aan het economische leven. 80% van de bevolking leeft in steden.
De landen waar Brazilië het meeste naar exporteert zijn de Verenigde Staten, Argentinië, Nederland, Japan en Duitsland. Goederen die Brazilië het meeste importeert zijn machines en machineonderdelen, elektronica, aardolie, chemische producten en voedingsproducten. De voornaamste handelspartners met betrekking tot import zijn de Verenigde Staten, Argentinië, Duitsland, Japan en Italië. Nederland voert vooral investeringsgoederen en chemische producten, kunstmeststoffen, vliegtuigonderdelen, medische apparatuur en elektronische componenten naar Brazilië uit. Kansen voor Nederlandse ondernemers liggen vooral in de liberalisering van de Braziliaanse markt en de technologische modernisering van de industrie. Tevens liggen er kansen in de levering van kapitaalgoederen en hoogwaardige componenten.
Een Nederlander ziet een Braziliaan als luidruchtig, breedsprakig, traditioneel, hiërarchisch, emotioneel en iemand die werkt om te leven. Verder zijn Brazilianen collectivistisch ingesteld, hebben vaak een korte termijn instelling en werken polychroom (veel werkzaamheden tegelijk), wat soms (in onze ogen) tot chaos kan leiden. Het begrip deadline heeft in Brazilië meer de betekenis van richtlijn. Brazilianen spreken over het algemeen geen Engels. Het kaderpersoneel spreekt soms wel een woordje Engels, maar de secretaresses niet. Leer dus de Portugese taal. Dit is niet alleen handig, maar wordt ook enorm gewaardeerd door de Brazilianen. Brazilianen hechten erg aan persoonlijke contacten. Het is dan ook belangrijk om een goede zakenrelatie op te bouwen. De meest gemaakte fout van Nederlanders die zaken doen in Brazilië is de keuze van een verkeerde partner. Het is erg belangrijk om te weten met wie u zaken doet. Informeer daarom binnen uw netwerk uitgebreid naar de reputatie van uw mogelijke zakenpartner. Omdat vertrouwen ook belangrijk is voor de Braziliaanse zakenpartner, is het aan te raden uw zakenpartner uit te nodigen voor een lunch of diner.
Opmerkelijk is dat fysiek contact vrij gebruikelijk is in Brazilië, omhelzingen en langdurig handen schudden is heel normaal. Indien u een zakenrelatie heeft opgebouwd, onderhoud deze dan ook door bijvoorbeeld één keer per jaar uw zakenrelatie op te zoeken. Voor ons Nederlanders is tijd geld. Voor Brazilianen is tijd een investering in de toekomst. Voor zaken doen in Brazilië moet men minimaal twee maal zoveel tijd uittrekken als in Nederland. Men neemt ruim de tijd voor afspraken, komt niet meteen ter zake en toont nooit haast. Dit wordt als onbeleefd gezien. U kunt dus niet zeggen dat u weg moet, omdat u nog een andere afspraak heeft. In een grote stad als São Paulo moet u, mede door de verkeersdrukte, niet meer dan twee afspraken per dag te maken. Tot slot moet u zich er van bewust zijn dat Brazilianen geboren verleiders zijn. Vorm is even belangrijk als inhoud en vertrouw niet blind op het woord van uw zakenpartner.
Met ruim 20 jaar ervaring in het verrichten van onderzoek over de hele wereld zal het International Research Project (IRP) dit jaar op onderzoeksreis gaan naar Brazilië. Het IRP is een onderdeel van de Marketing Associatie Amsterdam en per 1 juli 2011 zal een team van 18 studenten en twee professoren van de VU en de UvA verschillende markt- en investeringsonderzoeken voor Nederlandse bedrijven in Brazilië uitvoeren. Als u interesse heeft in het marktpotentieel van Brazilië, dan kan het laten verrichten van onderzoek in het land zelf uitkomst bieden. Het onderzoek zal nauwkeurig worden afgestemd op uw behoefte. Het onderzoeksteam beschikt over een breed scala aan kwaliteiten, opgedaan in de diverse studies en uit diverse ervaringen. Het IRP opereert tevens op non-profit basis wat inhoudt dat het onderzoek tegen kostprijs zal worden uitgevoerd. International Research Project Brazilië
Hieronder vindt u het laatste artikel uit Fenedexpress over 'Brazilie'
Opkomende markten
Je kunt niet om ze heen
Opkomende
markten nemen een steeds prominentere plaats in op het toneel van de
wereldeconomie. Het verschil in groeitempo met industrielanden zorgt
ervoor dat het economisch zwaartepunt in de toekomst nog veel verder
gaat verschuiven.
De sterke
groei zorgt ook voor een afname van de armoede en een opkomende
middenklasse. Dit is een belangrijke reden voor de prominentere rol
die deze landen op het toneel van de wereldeconomie spelen. Opkomende
economieën ontwikkelen zich hierdoor van spelers in de marge, die
vooral reageren op ontwikkelingen in de industrielanden, tot
krachtige, zelfstandig acterende landen. Daarbij verbreedt hun rol
van leveranciers van goedkope grondstoffen, producten en diensten
naar leveranciers van kapitaal, talent en innovatie. Bovendien worden
de landen zelf een steeds belangrijker afzetmarkt.
Belang
opkomende landen sterk toegenomen
Sinds de
jaren tachtig is het aantal opkomende markten in de toptwintig van de
grootste economieën ter wereld toegenomen van net iets meer dan een
kwart in 1980 tot bijna de helft in 2011. Bovendien nemen opkomende
markten steeds hogere posities in op deze ranglijst, die door de
jaren heen goed is voor 80 tot 85% van de totale wereldeconomie. In
2011 behoorden in volgorde van grootte de volgende negen opkomende
markten tot de toptwintig van grootste economieën: China, Brazilië,
India, Rusland, Mexico, Zuid-Korea, Indonesië, Turkije en
Saoedi-Arabië. Daarbij is het aandeel in het mondiale BBP van de
opkomende markten die deel uitmaken van deze toptwintig toegenomen
van bijna 10% in 1990 tot ruim 25% in 2011. De verwachting is dat dit
in 2020 ruim 40% zal zijn.
Sterke
groei en stijging van de welvaart
Dat opkomende
economieën sneller groeien dan industrielanden komt door een aantal
factoren. Zo kennen de opkomende economieën een sterkere bevolkings-
en productiviteitsgroei. Dit gaat gepaard met een sterke opkomst van
een koopkrachtige middenklasse. De groei in de OESO-landen bedroeg in
de afgelopen tien jaar gemiddeld 1,5% per jaar, tegen ruim 5% in de
niet-OESO-landen.
Het meest
aansprekend is de opmars van China. Met een groei van gemiddeld 10%
per jaar steeg het land van een zesde plaats in 1980 en een aandeel
in het mondiale BBP van nog geen 3%, naar de tweede plaats, na de VS,
met een aandeel in het mondiale BBP van bijna 10%. Het aandeel van
Brazilië is in die zelfde periode ‘slechts' toegenomen van 2%
tot net iets meer dan 3%. Daarmee was het land overigens in 2010 wel
goed voor een zevende plek op de wereldranglijst, vóór India en
Rusland. Tellen we deze zogenaamde BRIC-landen bij elkaar op dan
bedroeg hun gezamenlijke aandeel in het mondiale BBP in 2010 net 18%.
De verwachting van de EIU is dat dit aandeel in 2020 gegroeid is naar
ruim 30%, waarvan China ruim 20% voor rekening neemt. Volgens deze
schattingen van de EIU zal China daarmee al in 2020 de VS voorbij
gestreefd zijn als grootste economie.
Ook andere
cijfers spreken boekdelen. Opkomende markten beheren momenteel ruim
twee derde van de internationale deviezenreserves, waarvan de helft
weer in handen is van China. Overheden en bedrijven in opkomende
markten worden mede hierdoor een steeds belangrijker bron van
buitenlandse investeringen. Bijna een derde van de internationale
overnameactiviteiten wordt tegenwoordig geïnitieerd door bedrijven
die in opkomende markten zijn gevestigd en het aandeel van
ontwikkelingslanden in de buitenlandse handel is toegenomen van 30%
in 1995 tot 45% in 2010.
Sterke
groeiers, meer dan BRIC alleen
Naast
de BRIC hebben ook kleinere opkomende markten de afgelopen jaren een
sterke groei laten zien. Hiervoor zijn ook allerlei namen bedacht die
de hoog gespannen toekomstverwachtingen weerspiegelen. Zo heb je de
CIVETS (Colombia, Indonesië, Vietnam, Egypte, Turkije, Zuid-Afrika).
De term Next-11 (Bangladesh, Egypte, Indonesië, Iran, Mexico,
Nigeria, Pakistan, Filippijnen, Zuid-Korea, Turkije en Vietnam) is
geïntroduceerd door Goldman Sachs. Willem Buiter, hoofdeconoom van
Citibank, kwam met de term 3G-landen (Bangladesh, China, Egypte,
India, Indonesië, Irak, Mongolië, Nigeria, Filippijnen, Sri Lanka,
Vietnam); 3G staat in het Nederlands vertaald voor Globale Groei
Generatoren, oftewel landen die in de komende decennia een groot
groeipotentieel hebben. Verrassend is dat deze 3G lijst geen enkel
Oost-Europees en Latijns-Amerikaans land bevat. Verder zijn er de
EAGLEs (China, India, Brazilië, Indonesië, Zuid-Korea, Rusland,
Mexico, Egypte, Taiwan and Turkije), wat staat voor Emerging
And Growth-Leading Economies.
Afrika speelt
in de meeste rijtjes nauwelijks een rol en is ook voor veel
investeerders nog vrij onontgonnen gebied. Toch lijkt het 'verloren
continent' aan een niet te stuiten opmars te zijn begonnen. De EIU
voorspelt voor de periode van 2012 tot 2015 voor landen als Angola,
Ghana, Mozambique, Nigeria en Tanzania een BBP-groei van gemiddeld
meer dan 7% per jaar. De sterke groei in met name Sub-Sahara Afrika
heeft natuurlijk alles van doen met de sterke vraag naar grondstoffen
vanuit met name China. Maar volgens de Afrikaanse Ontwikkelings-bank
(AfDB) is een belangrijke oorzaak ook hier de forse toename van de
middenklasse. Hierdoor zullen volgens een artikel in Finance and
Development van het IMF de consumptieve uitgaven in Afrika in de
komende tien jaar bijna verdubbelen van USD 860 miljard in 2008 naar
USD 1400 miljard in 2020. De gunstige ontwikkeling in met name
Sub-Sahara Afrika lijkt ook goed uit te pakken voor Zuid-Afrika. Het
land valt qua omvang bij de BRIC's in het niet, maar het is en
blijft wel de grootste en meest welvarende economie van Afrika, Dit
biedt investeringsmogelijkheden in het land zelf, maar maakt het land
ook een goede uitvalsbasis voor activiteiten in de rest van het
continent.
Toegenomen
kredietwaardigheid
Opkomende
economieën groeien niet alleen sneller dan industrielanden, hun
kredietwaardigheid is ook zichtbaar verbeterd en dit heeft weer een
gunstige uitwerking op de investeringen. Terwijl in het verleden
industrielanden bijna per definitie een investment
grade status
hadden, hielden de opkomende markten, of ontwikkelingslanden, zich
overwegend op in het territorium van de speculative
grade. Maar sinds
begin deze eeuw en versterkt door het uitbreken van de financiële
crisis in 2008 en de daaropvolgende schuldencrisis in Europa, is dit
landschap drastisch aan het veranderen. Een aantal Europese landen
raakte in de afgelopen periode haar investment
grade status
kwijt, terwijl een groot aantal opkomende markten haar
kredietwaardigheid verder zag toenemen. Zo hebben sinds vorig jaar
Colombia en Panama bij alle drie kredietbeoordelaars de investment
grade status en
is een aantal andere landen, waaronder, Indonesië, Azerbeidzjan,
Letland en Roemenië door een of meer kredietbeoordelaars naar de
laagste investment
grade status
gepromoveerd. Het aantal opkomende markten met een investment
grade steeg
hierdoor verder van net veertig eind 2010 tot bijna vijftig op dit
moment.
Gestegen
welvaart en kredietwaardigheid biedt perspectief voor Nederlands
bedrijfsleven
Dat de
gestegen welvaart ook perspectief biedt voor het Nederlandse
bedrijfsleven, blijkt uit de jaarlijkse gezamenlijk onderzoeken onder
exporterende bedrijven in Nederland van kredietverzekeraar Atradius
en Fenedex. Van de 4000 bedrijven die vorig jaar aan het onderzoek
hebben deelgenomen, zei 50% dat ze nieuwe exportmarkten hadden
betreden. Daarbij werd Rusland met 8% het meest genoemd, gevolgd door
Brazilië (7%), China (6%), Turkije (6%) en India (5%). Overigens is
het aandeel van de Nederlandse export naar BRIC-landen in de totale
uitvoer slechts 4%. Tellen we Polen en Turkije hierbij op dan wordt
dit 7%. De export naar de VS beslaat 5% en ruim 60% van de export
gaat nog altijd naar de eurozone. Maar waar het aandeel van de
uitvoer naar de VS en de eurozone stagneert, is het aandeel van de
export naar de BRIC snel groeiende. Het CPB verwacht in een recente
studie dat deze trend de komende jaren niet verandert. Bij de directe
investeringen zien we een soortgelijk beeld: 4% van de totale directe
investeringen van Nederland gaan naar de BRIC-landen. Dit laat
overigens onverlet dat Nederland voor veel van deze landen een
uiterst belangrijke bron van directe investeringen is. Zo is
Nederland de grootste investeerder in Brazilië met een aandeel van
circa 20%. Binnen de EU behoort Nederland verder tot de topvijf als
het gaat om directe investeringen in de BRIC's. Maar niet alleen de
BRICs of de overige landen in de toptwintig kunnen interessant zijn.
Ook de kleinere opkomende markten die qua groei met kop en schouders
uitsteken boven de gemiddelde groei van het mondiale BBP, zijn de
moeite waard om in de gaten te houden, ook al is het is op dit
moment, gezien de kleinere afzetmarkt en een vaak lager
welvaartsniveau, wellicht nog lastig om zaken te doen met deze
landen.
Dat
er ondanks de rooskleurige vooruitzichten ook nog heel wat beren op
de weg zijn, blijkt uit dezelfde studie van het CPB. Met name
culturele verschillen worden daarin genoemd als een belangrijke
hindernis voor Nederlandse bedrijven bij het zakendoen met de
BRIC-landen, maar handelsbarrières en wet- en regelgeving spelen ook
een rol. Kijken we bijvoorbeeld naar de Ease
of doing business indicator
van de Wereldbank dan scoren Brazilië, Rusland en India allemaal
rond de dertig, op een schaal van nul tot honderd. China komt er met
een score van 57 beduidend beter van af, maar in vergelijking met de
84 punten die Nederland scoort is ook dit nog een wereld van
verschil. Bij veel van de kleinere opkomende markten zullen deze
barrières alleen maar groter zijn. Dit neemt niet weg dat het gezien
de groeiperspectieven zeker de moeite waard kan zijn om deze
hindernissen te nemen.
Marijke
Zewuster
Head Emerging
Markets - Group Economics, ABN AMRO Bank
Volg Fenedex:
Fenedex and Export.nl: Holland in Export | Export.nl: Dutch Export online | Export.nl: The Netherlands in Export.